Gebouw

Om nog duidelijker uit te leggen wat het concept inhoudt, laten we het gebouw ziendat voor de Linawijs ontworpen is en gebouwd gaat worden. Hierdoor hopen we ‘het gevoel’ erbij duidelijker te maken. Het gebouw is de context waar het leren plaats kan vinden.

We willen hiermee zeggen dat het nieuwe leerconcept de beste kans van slagen heeft met dit gebouw en willen hiermee vooral illustreren dat de leeromgeving van groot belang is. Zoals we onder ‘context’ al hebben aangegeven is het voor deze kinderen belangrijk dat ook de omgeving op hen aangepast kan worden.

Betekenis verlenen aan datgene wat je aan het leren bent is veel lastiger in een omgeving waar veel om je heen gebeurt. De omgeving moet dus zo nodig en vaak ‘gedempt’ kunnen worden, willen ze toekomen aan leren.
In ons ontwerp gaat het om een rond gebouw dat in een groene, natuurlijke, rustige omgeving staat. Het gebouw bestaat uit drie cirkels met daarin voor ieder kind een ‘bubbel’, een eigen ruimte. Om tot leren te kunnen komen hebben deze kinderen namelijk minder invloed van buitenaf nodig, sterker nog dit werkt het tegen.

In iedere cirkel van het gebouw komen de bubbels uit op een ruimte waar op een natuurlijke wijze al wat interactie met elkaar kan zijn. Alle bubbels hebben aangrenzend aan de ruimte een kleine serre en vanuit daar uitzicht op een groene omgeving.

In de bubbels wordt voornamelijk aan het leren gewerkt en daarnaast zijn er zes activiteitenruimtes waar tevens geleerd wordt en ontwikkeling plaats kan vinden. We hebben in het ontwerp meegenomen een keuken, een bioscoop/informatieruimte, een chillruimte, een sportkamer, een bibliotheek en een protospace.

De bubbels zijn verschillend ingericht, door de kinderen zelf. Zo zal Rosalie bijvoorbeeld makkelijker leren in een zitzak en een ander kind een tafel met stoel willen. Deze kamers fungeren ook als een ruimte waar de buitenwereld zo mogelijk ‘naar binnen wordt gehaald’. Hier kan Rosalie met haar vaste en daardoor veilige begeleider informatie krijgen van bijv. een imker, of plannen maken om nog een stap verder te gaan naar een museum.
De omgeving is zo nodig per kind aan te passen. Zo is er de mogelijkheid om ramen en dakramen af te dekken, is het licht aan te passen en zijn zelfs de kleur van de muren te veranderen. Hiervoor zijn slimme (betaalbare) constructies bedacht, zodat het aangepast kan worden aan de wensen en behoeftes van het individuele kind.

Er zal veel rekening gehouden worden met de akoestiek, zodat prikkels tot een minimum beperkt kunnen worden. We denken aan het gebruik van veel natuurlijke en duurzame materialen, zoals stro/leembouw.

Er zal veel rust zijn en geen onnodige reuring, maar ook de mogelijkheid om door middel van bewegen spanning te verlagen en de mogelijkheid om met elkaar om te gaan. Zo is er buiten de mogelijkheid tot wandelen, zijn er wat dieren om te verzorgen en is er een moestuin en houtwerkplaats. Hierbij wordt gekeken naar wat voor de kinderen wenselijk is en vanuit hun motivatie mogelijk.

In bovenstaande afbeeldingen is het leerconcept gevisualiseerd.

Er is een ontwerp gemaakt waarbij alle kinderen hun eigen plek hebben en waar er meerdere ruimtes geschikt zijn voor educatieve doeleinden. Het geheel zal van stro/leembouw gemaakt worden omdat dit een materiaal is dat prikkeldempend werkt en als zeer geschikt is bevonden voor onze doelgroep.

Het gaat er dus om dat ieder kind een eigen plek kan krijgen, maar dat er dus ook ruimtes zijn voor de activiteiten en interactie. Belangrijk is dat de locatie in de buurt is van bijvoorbeeld winkels, groenvoorzieningen etc. We willen met de kinderen stappen maken naar en in de maatschappij, daarom moet het niet ergens achteraf staan.

Verder lezen: Hoe nu verder en werkwijze >